Iedereen verliest elke dag haren. Dat is normaal. Maar soms valt er ineens veel haar uit. Dit merkt u bijvoorbeeld bij het kammen of tijdens het douchen. Haaruitval kan tijdelijk zijn, maar soms blijft het haar weg.
De oorzaak kan zijn:
Erfelijkheid
Stress of ziekte (bijvoorbeeld na koorts of operatie)
Hormonen, bijvoorbeeld na een bevalling of stoppen met de pil
Bepaalde medicijnen
Tekort aan ijzer of andere voedingstoffen
Erfelijke haaruitval komt vaak voor bij mannen. Het begint meestal bij de haargrens of de kruin. Bij vrouwen wordt het haar dunner op het hoofd, maar de haargrens blijft vaak hetzelfde.
Welke klachten heeft u bij haaruitval?
U kunt last hebben van één of meer van deze klachten:
U verliest veel haren bij kammen of wassen, het valt meer op dan normaal.
Uw haar wordt dunner op sommige plekken, bijvoorbeeld op de kruin of boven op het hoofd.
U ziet kale plekken op uw hoofd, soms zijn dit ronde plekken. De huid is glad.
U heeft jeuk of schilfers op uw hoofdhuid, de huid kan droog of geïrriteerd zijn.
Wat kunt u zelf doen bij haaruitval?
Gebruik een milde shampoo
Was uw haar 2 tot 3 keer per week. Wrijf niet hard.
Eet gezond en gevarieerd
Zorg voor genoeg ijzer, eiwitten en vitamines.
Probeer stress te verminderen
Rust en ontspanning helpen uw lichaam herstellen.
Vermijd hitte of chemische producten op het haar
Gebruik geen stijltangen of agressieve shampoos.
Wees geduldig bij tijdelijk haarverlies
Na ziekte, stress of een bevalling groeit het haar meestal vanzelf weer terug.